Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2019
Onder 2.16 Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2019, ECLI:NL:PHR:2019:786.
In 1976 liet de belastingkamer van Uw Raad het oordeel van het hof in stand dat het recht op de portefeuille is aan te merken als een zaak , die deel uitmaakt van de bezittingen in de zin van artikel 4 Wet op de vermogensbelasting 1964, met dien verstande dat zulks uitzondering lijdt indien en voor zover de portefeuille als goodwill is aan te merken. Het recht op de portefeuille behoort tot de bezittingen, voor zover het zijn waarde ontleent aan rechten, verbonden aan reeds afgesloten verzekeringen. In zijn noot onder dit arrest merkt Kleijn op dat het twijfelachtig is of uw Raad met zijn opmerkingen omtrent het zaakskarakter van de assurantieportefeuille verder heeft willen gaan dan het geven van een uitleg aan artikel 4 van de Wet op de Vermogensbelasting 1964 en met name zou hebben bedoeld een uitspraak te geven over het zaaksbegrip in artikel 555 BW (oud).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3fbf2dc93c10fa58fe339abb495d9eb17a7c5707ea6295c6303446d2e9db4ce4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3fbf2dc93c10fa58fe339abb495d9eb17a7c5707ea6295c6303446d2e9db4ce4, en de alinea staat in dat document op bytes 51513 tot 52496.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3fbf2dc93c10fa58fe339abb495d9eb17a7c5707ea6295c6303446d2e9db4ce4 | shasum -a 256