Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2019
Onder 2.17 Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2019, ECLI:NL:PHR:2019:786.
Tweehuysen betoogt in dit verband dat de portefeuille, doordat zij voor een belangrijk deel bestaat uit overeenkomsten, zich er niet voor leent om als goed te worden gezien. De contractsvrijheid brengt volgens haar mee dat een contractspartij in beginsel niet zomaar geconfronteerd kan worden met een nieuwe wederpartij; de contractspartij zal daar zijn medewerking aan moeten verlenen. Hoewel het in theorie mogelijk is dat een overeenkomst gezien wordt als goed en daarmee als object van goederenrechtelijke rechten, leidt dit tot praktische bezwaren en onwenselijke resultaten. Het probleem dat overeenkomsten en goodwill geen vermogensrechten zijn, wordt niet opgelost door dan maar aan te nemen dat het ‘overkoepelende recht’ zoals de portefeuille, dat wel is. De portefeuille is een verzamelnaam voor de rechtsverhoudingen die de bemiddelaar met zijn klanten en de verzekeraar(s) heeft, de vorderingen die daaruit voortvloeien en diens feitelijke positie. Dat vertegenwoordigt een waarde, maar dat maakt de portefeuille nog geen vermogensrecht of andersoortig goed.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3fbf2dc93c10fa58fe339abb495d9eb17a7c5707ea6295c6303446d2e9db4ce4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3fbf2dc93c10fa58fe339abb495d9eb17a7c5707ea6295c6303446d2e9db4ce4, en de alinea staat in dat document op bytes 53580 tot 54796.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3fbf2dc93c10fa58fe339abb495d9eb17a7c5707ea6295c6303446d2e9db4ce4 | shasum -a 256