Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2019

Onder 2.23 Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2019, ECLI:NL:PHR:2019:786.

Een tegenovergestelde opvatting is te vinden bij o.a. Van Mierlo, volgens wie het voor de hand ligt om aan te nemen dat artikel 4:103 lid 4 Wft geen regeling van de overdracht in goederenrechtelijke zijn behelst. Verdaas meent dat artikel 4:103 lid 4 Wft, gelet op de benodigde medewerking van de betrokken verzekeraars, slechts ziet op overdracht (overgang) in verbintenisrechtelijke zin, te weten door contractsoverneming (art. 6:159 BW) en dat dit artikel de assurantieportefeuille daarom niet goederenrechtelijk overdraagbaar maakt. Hij merkt in dit verband nog op dat een assurantieportefeuille mede bestaat uit de relaties die de bemiddelaar met de verzekeringnemers heeft (via de overeenkomsten van opdracht). Om deze over te dragen dient eveneens contractsoverneming plaats te vinden, en wel met medewerking van de verzekeringnemers. Voor goederenrechtelijke overdracht van een assurantieportefeuille is daarom noodzakelijk dat elk van de afzonderlijke onderdelen wordt geleverd conform de daarvoor geldende voorschriften, hetgeen voor een aantal onderdelen niet mogelijk is. Wat betreft de assurantieportefeuille als geheel kan dan ook niet aan het overdraagbaarheidsvereiste van artikel 3:228 en 3:98 BW jo. artikel 3:83 lid 3 BW worden voldaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3fbf2dc93c10fa58fe339abb495d9eb17a7c5707ea6295c6303446d2e9db4ce4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3fbf2dc93c10fa58fe339abb495d9eb17a7c5707ea6295c6303446d2e9db4ce4, en de alinea staat in dat document op bytes 60543 tot 62073.