Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2019
Onder 2.27 Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2019, ECLI:NL:PHR:2019:786.
Ook met betrekking tot de (absoluut) toekomstige vorderingsrechten in een assurantieportefeuille worden bezwaren geuit. Gewezen wordt op het grondslagvereiste zoals vermeld in artikel 3:239 lid 1 BW, dat inhoudt dat toekomstige vorderingen slechts stil kunnen worden verpand indien deze vorderingsrechten op het tijdstip van de vestiging van het pandrecht rechtstreeks worden verkregen uit een reeds bestaande rechtsverhouding. Betoogd wordt dat als een assurantieportefeuille – waar ook toekomstige vorderingen onder vallen die niet voortvloeien uit een ten tijde van de verpanding bestaande rechtsverhouding (tussen bijvoorbeeld de assurantietussenpersoon en een toekomstige verzekeringnemer) – als geheel kan worden verpand, dit strijdig is met artikel 3:329 lid 1 BW.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3fbf2dc93c10fa58fe339abb495d9eb17a7c5707ea6295c6303446d2e9db4ce4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3fbf2dc93c10fa58fe339abb495d9eb17a7c5707ea6295c6303446d2e9db4ce4, en de alinea staat in dat document op bytes 68183 tot 69070.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3fbf2dc93c10fa58fe339abb495d9eb17a7c5707ea6295c6303446d2e9db4ce4 | shasum -a 256