Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2019

Onder 2.33 Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2019, ECLI:NL:PHR:2019:786.

Ook Tweehuysen wijst op de voor overdracht benodigde medewerking van de verzekeraars en verzekeringnemers. De verzekeraar is er in beginsel toe gehouden om medewerking te verlenen op grond van artikel 4:103 lid 4 Wft, maar voor de verzekeringnemers bestaat een dergelijke bepaling niet. De vraag die in dat verband verder rijst is of in geval van executoriale overdracht ook de pandhouder een beroep kan doen op artikel 4:103 lid 4 Wft (welk artikel bepaalt dat de verzekeraar op schriftelijk verzoek van een bemiddelaar zijn medewerking verleent aan de gehele of gedeeltelijke overdracht van de portefeuille van die bemiddelaar aan een andere bemiddelaar, tenzij de verzekeraar gegronde bezwaren heeft tegen die bemiddelaar). Volgens Kaptein is verdedigbaar dat ons recht de bevoegdheid tot het doen van een dwingend schriftelijk verzoek tot medewerking aan de verzekeraar ook toekent aan de rechtverkrijgende (pandhouder) van de tussenpersoon. De bevoegdheid tot het doen van een dergelijk schriftelijk verzoek is als het ware onderdeel van de beschikkingsmacht van de rechthebbende van het portefeuillerecht. Zonder deze bevoegdheid kan de pandhouder immers niet volledig executeren en kan hij niet de volledige waarde van het portefeuillerecht realiseren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3fbf2dc93c10fa58fe339abb495d9eb17a7c5707ea6295c6303446d2e9db4ce4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3fbf2dc93c10fa58fe339abb495d9eb17a7c5707ea6295c6303446d2e9db4ce4, en de alinea staat in dat document op bytes 78163 tot 79662.