Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2019
Onder 2.3.2 Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2019, ECLI:NL:PHR:2019:786.
Met subonderdeel 2.1 klaagt ING Bank dat de rechtbank met haar oordeel in rov. 4.7 dat (kort gezegd) nu de overdracht van assurantieportefeuilles niet wettelijk is geregeld, moet worden aangenomen dat op een assurantieportefeuille geen pandrecht kan worden gevestigd, miskent dat de assurantieportefeuille als zodanig overdraagbaar en dus tevens verpandbaar is. Het enkele feit dat de in § 4.3.8.3 van de Wft opgenomen bepalingen zien op de rechtsverhouding met betrekking tot één verzekeraar en in die verhouding bepaalde waarborgen bieden, neemt volgens ING Bank niet weg dat die bepalingen uitgaan van overdraagbaarheid van de assurantieportefeuille als zodanig. Met die overdracht gaat niet alleen de verhouding met betrekking tot een verzekeraar over op een derde (waarvoor artikel 4:103 lid 4 Wft van belang is), maar tevens het geheel aan relaties met verzekeringnemers, de aan de afgesloten verzekeringen verbonden aanspraken, en goodwill. Dit kan één of meer verzekeraars aangaan, waarvoor steeds artikel 4:103 lid 4 Wft geldt, aldus ING Bank.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3fbf2dc93c10fa58fe339abb495d9eb17a7c5707ea6295c6303446d2e9db4ce4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3fbf2dc93c10fa58fe339abb495d9eb17a7c5707ea6295c6303446d2e9db4ce4, en de alinea staat in dat document op bytes 29255 tot 30363.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3fbf2dc93c10fa58fe339abb495d9eb17a7c5707ea6295c6303446d2e9db4ce4 | shasum -a 256