Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2019

Onder 2.5 Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2019, ECLI:NL:PHR:2019:786.

De rechtsvraag die in deze zaak centraal staat, is of een assurantieportefeuille als zodanig c.q. als geheel een overdraagbaar vermogensrecht is waarop een pandrecht kan worden gevestigd. In zowel de rechtspraak als de literatuur bestaat hierover verdeeldheid. De vraag naar de verpandbaarheid van een assurantieportefeuille is actueel, omdat de assurantieportefeuille wordt aangemerkt als een belangrijk vermogensbestanddeel van de assurantietussenpersoon, dat als geheel meer waard is dan de optelsom van de losse onderdelen van deze portefeuille tezamen. Financiers ambiëren daarom een zekerheidsrecht op de portefeuille als geheel, en niet slechts op de losse onderdelen ervan. Voor de financiering van (met name kleine) tussenpersonen wordt het van groot belang geacht dat zij hun assurantieportefeuille als onderpand kunnen aanbieden, nu zij verder vaak weinig eigen vermogen hebben. Hier wordt echter tegen ingebracht dat de onderneming van een assurantietussenpersoon niet kapitaalintensief is, dat potentiële winstgevendheid belangrijker is dan verpandbare vermogensbestanddelen (banken verwachten dat zij worden terugbetaald uit de cash flow en niet uit de executie van zekerheden) en dat andere vormen van (persoonlijke) zekerheidsrechten bedongen kunnen worden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3fbf2dc93c10fa58fe339abb495d9eb17a7c5707ea6295c6303446d2e9db4ce4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3fbf2dc93c10fa58fe339abb495d9eb17a7c5707ea6295c6303446d2e9db4ce4, en de alinea staat in dat document op bytes 32947 tot 34689.