Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2019

Onder 2.11 Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2019, ECLI:NL:PHR:2019:786.

De rechtbank heeft in haar vonnis vastgesteld dat partijen onderkennen dat aan het begrip assurantieportefeuille in wetgeving, rechtspraak en literatuur geen eenduidige invulling wordt gegeven. Voorts delen partijen het uitgangspunt, zo vervolgt de rechtbank, dat tot een assurantieportefeuille van een assurantietussenpersoon in het algemeen en tot die van de vennootschap in dit geval hoe dan ook behoren de samenwerkingsovereenkomsten die een assurantietussenpersoon heeft gesloten met verzekeraars en de overeenkomsten van opdracht die hij heeft gesloten met zijn cliënten (de potentiële verzekeringnemers). In de daaropvolgende rechtsoverwegingen zet de rechtbank de (verschillende) opvattingen van partijen ten aanzien van de verwachtingswaarde van de portefeuille (door de curator aangemerkt als goodwill) uiteen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3fbf2dc93c10fa58fe339abb495d9eb17a7c5707ea6295c6303446d2e9db4ce4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3fbf2dc93c10fa58fe339abb495d9eb17a7c5707ea6295c6303446d2e9db4ce4, en de alinea staat in dat document op bytes 43454 tot 44417.