Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2019
Onder 2.15 Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2019, ECLI:NL:PHR:2019:786.
Een veel voorkomende opvatting in de literatuur is dat een assurantieportefeuille als een zelfstandig vermogensrecht kan worden gekwalificeerd, nu deze op geld waardeerbaar is en als subjectief recht jegens anderen kan worden uitgeoefend. E.M. Meijers omschreef een subjectief recht als “ een bijzondere door het recht iemand toegekende bevoegdheid, die hem verleend wordt om zijn belang te dienen ”. Gelet op de ruime opvatting van het begrip (subjectief) vermogensrecht, enkele arresten van uw Raad en de wetgeschiedenis waarin wordt gesproken over ‘eigendom’ van een portefeuille , wordt in de literatuur wel aangenomen dat een assurantieportefeuille een subjectief vermogensrecht (en daarmee een goed) is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3fbf2dc93c10fa58fe339abb495d9eb17a7c5707ea6295c6303446d2e9db4ce4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3fbf2dc93c10fa58fe339abb495d9eb17a7c5707ea6295c6303446d2e9db4ce4, en de alinea staat in dat document op bytes 48628 tot 49710.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3fbf2dc93c10fa58fe339abb495d9eb17a7c5707ea6295c6303446d2e9db4ce4 | shasum -a 256