Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2019

Onder 2.11 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2019, ECLI:NL:PHR:2019:810.

Het onderdeel gaat er terecht vanuit dat iedere rechterlijke beslissing tenminste zodanig moet worden gemotiveerd dat zij voldoende inzicht geeft in de daaraan ten grondslag liggende gedachtegang om de beslissing zowel voor partijen als voor derden – in geval hogere voorzieningen openstaan: de hogere rechter daaronder begrepen – controleerbaar en aanvaardbaar te maken . Aan de motivering van beslissingen die op een discretionaire bevoegdheid van de rechter berusten, kunnen geen hoge eisen worden gesteld . Bij een discretionaire bevoegdheid moet de rechter, indien het debat van partijen daartoe aanleiding geeft, in zijn uitspraak rekenschap afleggen van de wijze waarop hij van die vrijheid gebruik heeft gemaakt .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/86f85e038fdcb584f145f1697cf4b1251d69cf9c6cb2af3667fb16e4a506d0a1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 86f85e038fdcb584f145f1697cf4b1251d69cf9c6cb2af3667fb16e4a506d0a1, en de alinea staat in dat document op bytes 22840 tot 23768.