Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2019

Alinea 47 Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:84.

7. Met een beroep op de parlementaire geschiedenis bij de invoering van de vrijheidsbeperkende maatregel van art. 38v Sr, huldigen de stellers van het middel op het standpunt dat deze maatregel in het leven is geroepen voor die gevallen waarin de rechter niet toekomt aan de toepassing van bijzondere voorwaarden in het kader van een voorwaardelijke straf, maar de rechter het toch noodzakelijk acht dat een contact- en/of gebiedsverbod wordt opgelegd. Door aan de verdachte in het kader van een bijzondere voorwaarde een contactverbod op te leggen ten aanzien van [benadeelde 1] en daarnaast een locatieverbod, terwijl de opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel datzelfde contact- en locatieverbod inhoudt, heeft het hof geoordeeld in strijd met het doel en de ratio van de wet, aldus de stellers van het middel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de6f72bfd26f8302fb06950304916979ecf098b1ac80eae604bd8d7155a0277c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de6f72bfd26f8302fb06950304916979ecf098b1ac80eae604bd8d7155a0277c, en de alinea staat in dat document op bytes 17615 tot 18442.