Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2019

Alinea 64 Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:84.

(…) Dit wetsvoorstel moet worden bezien in de reeks van (wettelijke) inspanningen die nodig zijn om Nederland veiliger te maken. Een relatief kleine groep van personen recidiveert veelvuldig en is daarmee verantwoordelijk voor een groot aandeel van de criminaliteit en overlast. Veel nieuwe maatregelen hebben mede daarom betrekking op preventie, waarbij regelmatig gebruik wordt gemaakt van het bestuursrechtelijke instrumentarium. Dit is echter niet voldoende. Ook het strafrechtelijke instrumentarium dient zo volledig mogelijk te zijn, opdat de rechter optimaal is toegerust om gepleegde strafbare feiten effectief en voortvarend af te doen. (…) Bovendien is de rechter in staat sancties en de daarmee gepaard gaande beperking van grondrechten goed af te wegen en toe te snijden op de persoon van de dader en de omstandigheden van het geval. De persoonsgerichte aanpak staat hierbij centraal. Dat geldt voor dit wetsvoorstel evenals voor het bij de Tweede Kamer ingediende wetsvoorstel tot wijziging van de regeling van de voorwaardelijke veroordeling en de regeling van de voorwaardelijke invrijheidstelling (Kamerstukken 32 319). De wijze waarop dit plaatsvindt, verschilt evenwel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de6f72bfd26f8302fb06950304916979ecf098b1ac80eae604bd8d7155a0277c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de6f72bfd26f8302fb06950304916979ecf098b1ac80eae604bd8d7155a0277c, en de alinea staat in dat document op bytes 21893 tot 23217.