Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2019
Alinea 70 Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:84.
11. Met de stellers van het middel kan worden gezegd dat de regering er in de memorie van toelichting op heeft gewezen dat de rechter bij de berechting van minder ernstige feiten niet altijd toekomt aan de aanwending van bijzondere voorwaarden in het kader van een voorwaardelijke straf. De strafdreiging moet immers zwaar genoeg zijn om een prikkel tot naleving van de voorwaarden te doen ontstaan. Dat is bij de berechting van minder ernstige feiten niet altijd het geval, aldus de minister. Uit die memorie van toelichting volgt eveneens dat de rechter daaraan ook bij ernstige feiten niet altijd toekomt, bijvoorbeeld indien een onvoorwaardelijke straf passend wordt geacht. Doordat in die gevallen de vrijheidsbeperkende maatregel kan worden opgelegd, is de rechter niet gebonden aan het kader van de voorwaardelijke strafoplegging. Tot slot houdt de memorie van toelichting in dat de regering bij de vrijheidsbeperkende maatregel in het bijzonder heeft gedacht aan relatief lichte feiten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de6f72bfd26f8302fb06950304916979ecf098b1ac80eae604bd8d7155a0277c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de6f72bfd26f8302fb06950304916979ecf098b1ac80eae604bd8d7155a0277c, en de alinea staat in dat document op bytes 30424 tot 31625.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/de6f72bfd26f8302fb06950304916979ecf098b1ac80eae604bd8d7155a0277c | shasum -a 256