Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 september 2019
Onder 5.10 Parket bij de Hoge Raad 24 september 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 september 2019, ECLI:NL:PHR:2019:842.
Men kan en dient de wet te kennen, zeker als professionele deelnemer waarvan bij economische delicten vaak sprake zal zijn en van wie mag worden verwacht dat deze zich terdege laat informeren over de beperkingen waaraan zijn handelingen zijn onderworpen. Hieruit volgt in feite een functioneel vereiste voor de verdachte (een soort Garantenstellung) ten aanzien van de graad van kennis van de vigerende regelgeving, waarbij – meewegende de status van de verdachte (non-professionele, individuele burger tegenover professionele marktdeelnemer) – deze zich, om normconform te kunnen optreden, zo mogelijk dient te laten adviseren over de geldende regelgeving. Een verweer dat ziet op onwetendheid ondanks ingewonnen informatie (bijv. via externe adviseurs en/of een beroeps- of bedrijfsorganisatie) is in dat geval geen bewijsverweer in de zin dat het opzet wordt ontkend, want dat ziet immers niet op onwetendheid omtrent de geldende regelgeving, maar een verweer op grond van afwezigheid van alle schuld in de vorm van een beroep op rechtsdwaling.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c3e4ef6a92985a8d1e4d873735925dd466cedd635d29d15d861efbfa3ae697b1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c3e4ef6a92985a8d1e4d873735925dd466cedd635d29d15d861efbfa3ae697b1, en de alinea staat in dat document op bytes 43377 tot 44569.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c3e4ef6a92985a8d1e4d873735925dd466cedd635d29d15d861efbfa3ae697b1 | shasum -a 256