Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 september 2019
Onder 2.6 Parket bij de Hoge Raad 6 september 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 september 2019, ECLI:NL:PHR:2019:867.
Uit het voorgaande komt naar voren dat het debat over de eventuele aansprakelijkheid van een advocaat voor schade van derden zich vaak zal concentreren op de vraag in hoeverre deze schade voor de advocaat voorzienbaar was. Daaraan gaat de vraag vooraf of de advocaat wist of kon weten dat belangen van derden in het geding zouden kunnen zijn (kenbaarheid). Men behoeft immers geen rekening te houden met belangen waarmee men niet bekend is. De Verordening op de advocatuur geeft in dit verband als hoofdregel dat de advocaat mag vertrouwen op de juistheid van informatie die door zijn cliënt wordt verstrekt (art. 7.2 lid 1) en moet nagaan of deze informatie aanwijzingen bevat dat onwettige activiteiten worden voorbereid, ondersteund of afgeschermd (art. 7.2 lid 2). Daaruit volgt dat de advocaat niet uit eigen beweging, zonder dat daarvoor aanwijzingen zijn, op zoek behoeft te gaan naar informatie die erop wijst dat met de opgedragen handeling belangen van derden zouden kunnen worden geschaad.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/489f2d21867057de83e300881558f9a25fc433cb073996575d1a896613c8f3a9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 489f2d21867057de83e300881558f9a25fc433cb073996575d1a896613c8f3a9, en de alinea staat in dat document op bytes 35309 tot 36579.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/489f2d21867057de83e300881558f9a25fc433cb073996575d1a896613c8f3a9 | shasum -a 256