Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 september 2019

Onder 2.13 Parket bij de Hoge Raad 6 september 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 september 2019, ECLI:NL:PHR:2019:867.

Zoals ik hierboven heb geschreven, geldt niet de regel dat een advocaat bij gebrek aan aanwijzingen daarvoor zelf moet onderzoeken of aan zijn handelingen eventuele nadelen voor derden verbonden kunnen zijn. Er was dan ook voor het hof geen aanleiding om te beoordelen of Banning c.s. dergelijk onderzoek in dit geval hebben verricht. Hierop stuit de klacht reeds af. Ook miskent het onderdeel dat het hof aan zijn oordeel niet slechts ten grondslag heeft gelegd dat niet is gebleken dat Banning c.s. wisten dat [C] en [D] geen aanspraken jegens [H] geldend zouden kunnen maken, maar ook (i) dat het [C] en [D] zelf zijn geweest die de betalingsinstructie hebben gegeven, (ii) dat zij hiertoe bevoegd waren, (iii) dat er een verklaring is gegeven voor het feit dat werd afgeweken van de oorspronkelijke betalingsinstructie, (iv) dat [C] en [D] aan [H] gelieerd waren en dezelfde bestuurder hadden (die de betalingsinstructie heeft geaccordeerd) en (v) dat [C] en [D] pas veel later zijn gefailleerd. Hiermee heeft het hof tot uitdrukking gebracht dat er geen aanwijzingen waren voor Banning c.s. dat de door [C] en [D] verstrekte informatie onjuist was, of dat de overboeking strekte tot (voorbereiding van) onwettige activiteiten. Dit alles wordt door het middel niet bestreden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/489f2d21867057de83e300881558f9a25fc433cb073996575d1a896613c8f3a9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 489f2d21867057de83e300881558f9a25fc433cb073996575d1a896613c8f3a9, en de alinea staat in dat document op bytes 41001 tot 42294.