Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 september 2019
Alinea 116 Parket bij de Hoge Raad 10 september 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 september 2019, ECLI:NL:PHR:2019:886.
Uit de analyse van de FIOD betreffende de bankrekening van [A] blijkt dat in de periode 24 augustus 2007 tot en met 3 december 2008 er op die rekening van beleggers een bedrag groot € 1.047.750,- is ontvangen. Daarvan is € 261.377,- op de escrow rekening bij Land America Commonwealth Title of Central America gestort. [medeverdachte] heeft verklaard dat hij geldbedragen van de bankrekening van [A] gebruikte ten behoeve van zijn eigen belangen en de belangen van verdachte. Zo werden er grote geldbedragen overgemaakt naar andere vennootschappen van [medeverdachte] , onder andere naar [E] en de Belastingdienst ten behoeve van [E] en [F] waarvan medeverdachte tevens bestuurder en aandeelhouder was, en werd de met verdachte afgesproken commissie van 8% ruimschoots overschreden. Van de inleg is een aanzienlijk deel, reeds vanaf de eerste inleggen, terechtgekomen bij de verdachten. Zij hebben zich aldus wederrechtelijk bevoordeeld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fbb8f9f9328bed1de749becf7bfc094f7ab4a3b9b696a512a5bcd0bb1f532609. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fbb8f9f9328bed1de749becf7bfc094f7ab4a3b9b696a512a5bcd0bb1f532609, en de alinea staat in dat document op bytes 45701 tot 46655.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fbb8f9f9328bed1de749becf7bfc094f7ab4a3b9b696a512a5bcd0bb1f532609 | shasum -a 256