Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 september 2019

Onder 1.26 Parket bij de Hoge Raad 13 september 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 september 2019, ECLI:NL:PHR:2019:887.

Bij arrest van 9 oktober 2018 (ECLI:NL:GHDHA:2018:2591) heeft het Hof de incidentele grief van Urgenda gegrond bevonden. De Rechtbank heeft miskend dat art. 34 EVRM (slechts) gaat over de toegang tot het EHRM (rov. 35). Ervan uitgaande dat individuele personen die onder de rechtsmacht van de Staat vallen voor de Nederlandse rechter een beroep kunnen doen op de (rechtstreeks werkende) artikelen 2 en 8 EVRM, kan Urgenda dat voor hen doen op de voet van art. 3:305a BW (rov. 36). In het principaal hoger beroep heeft het Hof de grieven van de Staat verworpen (rov. 76). Vervolgens heeft het Hof het vonnis van de Rechtbank bekrachtigd en zijn arrest uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/23ef451c60ce326bc0d516bc610f41f5e9daa1aa33f5fa86ca9e40f34d65fee9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 23ef451c60ce326bc0d516bc610f41f5e9daa1aa33f5fa86ca9e40f34d65fee9, en de alinea staat in dat document op bytes 61476 tot 62303.