Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 september 2019

Onder 2.35 Parket bij de Hoge Raad 13 september 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 september 2019, ECLI:NL:PHR:2019:887.

Individuele rechtsbescherming. Mensenrechten zijn van origine bedoeld als instrument om individuen te beschermen tegen overheidsinmenging. Hoewel in het nationale recht ook ‘horizontale werking’ aan mensenrechten is toegekend, staat de door het EVRM geboden rechtsbescherming nog altijd in het teken van “ a search for a fair balance between the demands of the general interest of the community and the requirements of the protection of the individual’s fundamental rights ”. Deze nadruk op individuele rechtsbescherming komt ook tot uitdrukking in art. 34 EVRM, dat alleen een klachtrecht toekent aan individuen en organisaties die zelf slachtoffer (‘ victim’ ) zijn van een mensenrechtenschending. Een ‘ actio popularis ’, ter behartiging van mensenrechten in het algemeen, is daarom op grond van het EVRM in beginsel niet mogelijk. Deze beperking is echter niet absoluut: zoals hierna zal blijken, biedt het EVRM in bepaalde situaties ook “ general protection to society ” (zie alinea 2.59 hierna) en heeft het EHRM het slachtoffervereiste omwille van een effectieve rechtsbescherming in voorkomende gevallen opgerekt (zie de alinea’s 2.58 en 2.62 hierna).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/23ef451c60ce326bc0d516bc610f41f5e9daa1aa33f5fa86ca9e40f34d65fee9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 23ef451c60ce326bc0d516bc610f41f5e9daa1aa33f5fa86ca9e40f34d65fee9, en de alinea staat in dat document op bytes 111735 tot 113364.