Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 september 2019
Onder 2.43 Parket bij de Hoge Raad 13 september 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 september 2019, ECLI:NL:PHR:2019:887.
Het EHRM heeft een beoordelingskader ontwikkeld voor gevallen waarin personen worden bedreigd door gewelddadig gedrag van anderen, zoals gevaarlijke criminelen en psychiatrische patiënten. In die gevallen volgt uit art. 2 EVRM een positieve verplichting om maatregelen te treffen ter bescherming van de bedreigde persoon of personen. Deze verplichting, ook wel de Osman - obligation genoemd, mag volgens vaste jurisprudentie niet een “ impossible or disproportionate burden ” opleveren voor de nationale autoriteiten. Daarom stelt het EHRM hieraan als voorwaarde dat de autoriteiten “ knew or ought to have known at the time of the existence of a real and immediate risk to the life of an identified individual or individuals from the criminal acts of a third party and that they failed to take measures within the scope of their powers which, judged reasonably, might have been expected to avoid that risk ”. Het EHRM heeft de Osman - obligation ook aanvaard in gevallen waarin de potentiële slachtoffers niet op voorhand identificeerbaar waren, bijvoorbeeld waar het ging om willekeurige slachtoffers van gewelddadige personen. In die specifieke context biedt art. 2 EVRM volgens het EHRM algemene bescherming aan de maatschappij (“ general protection to society ”).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/23ef451c60ce326bc0d516bc610f41f5e9daa1aa33f5fa86ca9e40f34d65fee9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 23ef451c60ce326bc0d516bc610f41f5e9daa1aa33f5fa86ca9e40f34d65fee9, en de alinea staat in dat document op bytes 122695 tot 124353.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/23ef451c60ce326bc0d516bc610f41f5e9daa1aa33f5fa86ca9e40f34d65fee9 | shasum -a 256