Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 september 2019

Onder 2.69 Parket bij de Hoge Raad 13 september 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 september 2019, ECLI:NL:PHR:2019:887.

Nationale rechters zijn om deze reden niet gehouden om terughoudendheid te betrachten op die terreinen waar het EHRM aan de nationale autoriteiten een margin of appreciation toekent. In de vakliteratuur wordt juist het tegendeel beweerd: waar het EHRM zich vanwege het subsidiariteitsbeginsel terughoudend opstelt, moet de nationale rechter indringender toetsen. Het arrest Fabris/Frankrijk biedt steun voor die benadering. Overigens mag daaruit niet worden afgeleid dat het arrest Fabris/Frankrijk aanspoort tot extensieve materiële uitleg van het EVRM. Het voorgaande laat bovendien onverlet dat er andere redenen kunnen bestaan voor een terughoudende opstelling van de rechter (bijv. op grond van de nationale verhouding tussen de staatsmachten, te bespreken in hoofdstuk 5 hierna). Het begrip margin of appreciation krijgt dan een andere betekenis, waarin niet meer de verhouding tussen het EHRM en de nationale rechter centraal staat. Bij toepassing door de nationale rechter gaat het om de vraag, welke beleids- en beoordelingsruimte de nationale rechter aan de autoriteiten in zijn eigen land toestaat. Reeds uit de verdragstekst volgt dat deze ruimte ten aanzien van het in art. 2 EVRM beschermde recht in het algemeen beperkter is dan die ten aanzien van de in art. 8 EVRM beschermde rechten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/23ef451c60ce326bc0d516bc610f41f5e9daa1aa33f5fa86ca9e40f34d65fee9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 23ef451c60ce326bc0d516bc610f41f5e9daa1aa33f5fa86ca9e40f34d65fee9, en de alinea staat in dat document op bytes 159041 tot 160753.