Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 september 2019

Onder 18.6 Parket bij de Hoge Raad 18 september 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 september 2019, ECLI:NL:PHR:2019:899.

Ook ten opzichte van de aanpak waarbij de werknemer, in kort geding, een veroordeling van de werkgever tot opzegging van de arbeidsovereenkomst vordert, zou de ‘ omgekeerde Stoof/Mammoet-benadering’ enkele belangrijke voordelen hebben. Zo dwingt deze benadering de werkgever niet om tot opzegging van de arbeidsovereenkomst over te gaan, zo wordt namens Werknemer aangevoerd. Dat staat namelijk op gespannen voet met het ontbreken van een wettelijke verplichting voor de werkgever om de arbeidsovereenkomst na twee jaar arbeidsongeschiktheid op te zeggen. Indien wordt geoordeeld dat de werkgever gehouden is het beëindigingsvoorstel van de werknemer te aanvaarden, dan zijn er twee uitkomsten denkbaar. Ofwel de werkgever aanvaardt het voorstel – in welk geval de arbeidsovereenkomst op basis van een beëindigingsovereenkomst in de zin van art. 7:670b BW met wederzijds goedvinden eindigt –, ofwel de werkgever aanvaardt het voorstel niet, wat hem dan schadeplichtig maakt op de voet van art. 6:74, in verbinding met art. 7:611 BW.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d8b4464b1f813e92b258f5491e13cc6bf1e60dd2dba15ac9ee62f6e6ec095869. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d8b4464b1f813e92b258f5491e13cc6bf1e60dd2dba15ac9ee62f6e6ec095869, en de alinea staat in dat document op bytes 290370 tot 291523.