Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2019

Alinea 23 Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2019, ECLI:NL:PHR:2019:930.

11. Blijkens de in de onderhavige zaak opgemaakte processen-verbaal van de terechtzitting op 19, 21, 22 en 27 september 2016 respectievelijk op 16, 19, 20, 23 en 26 februari 2018 en 13 maart 2018 zijn op geen van deze zittingsdagen de bedoelde twaalf schriftelijke verklaringen van medeverdachte [medeverdachte 2] in het dossier van de verdachte gevoegd. Ook in de door de raadsvrouw van de verdachte overgelegde pleitnota (op zittingsdag 23 februari 2018) wordt aan die schriftelijke verklaringen van medeverdachte [medeverdachte 2] geen aandacht besteed, zodat het er in cassatie voor kan worden gehouden dat de voor het bewijs van feit 4 gebezigde schriftelijke verklaringen van [medeverdachte 2] geen deel uitmaken van het strafdossier tegen de verdachte en dat deze verklaringen in de onderhavige zaak kennelijk niet bekend waren bij de verdediging.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8fd84bdcb03a377cc1a8d2d7c348e0a119461c8589bb9aa7c64c90e9e73ff30b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8fd84bdcb03a377cc1a8d2d7c348e0a119461c8589bb9aa7c64c90e9e73ff30b, en de alinea staat in dat document op bytes 11917 tot 12786.