Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 2019

Onder 2.17 Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 2019, ECLI:NL:PHR:2019:939.

Ook deze verwijten acht ik niet terecht. In rov. 4.12 heeft het hof overwogen dat de gemiddelde vakman op de prioriteitsdatum zal hebben geweten dat aan de LoFric katheter of Rødsten het bezwaar kleeft dat niet altijd geschikt zwelmedium voorhanden is en dat het zwelmedium voor gebruik door een kleine opening in de verpakking moet worden gegoten. Uit de verklaring [betrokkene 1] blijkt volgens het hof dat Coloplast vanwege deze problemen is verzocht te ontwikkelen “a kit or set type product which would have water in it” (rov. 4.13). Naar het oordeel van het hof in rov. 4.15 vergde het geen inventieve arbeid om van deze suggestie te komen tot de door Coloplast gekozen oplossing van het nat verpakken. In die overwegingen ligt naar wil voorkomen besloten dat er aanwijzingen waren in de richting van de uitvinding, zodat het hof ook niet heeft nagelaten dit te onderzoeken. Van onbegrijpelijkheid lijkt mij hier geen sprake.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/147e2d5b2412bd352c8f3de3b452a4e422ebc741311c432e2bbeea49ab915701. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 147e2d5b2412bd352c8f3de3b452a4e422ebc741311c432e2bbeea49ab915701, en de alinea staat in dat document op bytes 81294 tot 82279.