Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2019
Onder 3.9 Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:95.
Met betrekking tot het optreden van Dutchbat gedurende de overgangsperiode in de mini safe area heeft de rechtbank overwogen dat het bij de beoordeling van hetgeen Dutchbat wist of kon vermoeden over het lot van de door de Bosnische Serven uit de mini safe area weggevoerde mannen, aankomt op de feiten en omstandigheden die Dutchbat destijds bekend waren en de gevolgtrekkingen die zij daaruit destijds in de gegeven omstandigheden heeft gemaakt of redelijkerwijs had kunnen en moeten maken (rov. 4.241). Dutchbat kon op 12 juli 1995 in eerste instantie in redelijkheid ervan uitgaan dat de Bosnische Serven de mannelijke vluchtelingen die zij uit de rijen haalden op oorlogsmisdrijven zouden screenen en dat zij geen reden had om te vrezen voor het lot van deze mannen. Dat veranderde in de avond van 12 juli 1995. Toen kon Dutchbat het vermoeden hebben, en had zij ook daadwerkelijk het vermoeden, dat de door de Bosnische Serven geselecteerde en weggevoerde mannen een reëel risico liepen op de dood of op onmenselijke behandeling, terwijl zij op 13 juli 1995 wist dat dit zou gebeuren (rov. 4.247-4.254). Aan het eind van de middag van 13 juli 1995 had Dutchbat zich ervan bewust moeten zijn dat er een serious risk op genocide van de door de Bosnische Serven apart uit Potočari weggevoerde mannen bestond (rov. 4.255).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4d4a513ba538fad394c19b8302d818dcbd55e9de7c6640f31e8f9b67cac27d72. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4d4a513ba538fad394c19b8302d818dcbd55e9de7c6640f31e8f9b67cac27d72, en de alinea staat in dat document op bytes 68663 tot 70108.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4d4a513ba538fad394c19b8302d818dcbd55e9de7c6640f31e8f9b67cac27d72 | shasum -a 256