Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2019
Onder 3.39. Parket bij de Hoge Raad 20 september 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2019, ECLI:NL:PHR:2019:950.
Artikel 3:200a lid 5 BW luidt: ‘Ten behoeve van een bezitter die wist of behoorde te weten dat een onroerende zaak deel uitmaakt van een langdurig onverdeeld gebleven gemeenschap als in deze afdeling bedoeld, is ten aanzien van die zaak jegens de gebruikers verjaring uitgesloten.’ Deze bepaling, die in werking is getreden per 1 april 2007, had onmiddellijke werking en geen terugwerkende kracht, hetgeen van belang is met het oog op artikel 3 lid 1 onder a van de Landsverordening overgangsrecht nieuw Burgerlijk Wetboe k (verkregen vermogensrecht). Bij ontbreken van goede trouw (artikel 3:105 BW) zullen bezitsdaden van na 1 april 1987 wel onder het bereik vallen van deze bepaling.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7da5d9d372104dd29d26c4ae4ecbf6c28a570f785ccc9767b44c89b48cb7c60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7da5d9d372104dd29d26c4ae4ecbf6c28a570f785ccc9767b44c89b48cb7c60, en de alinea staat in dat document op bytes 39075 tot 39847.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a7da5d9d372104dd29d26c4ae4ecbf6c28a570f785ccc9767b44c89b48cb7c60 | shasum -a 256