Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2019
Onder 4.6 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2019, ECLI:NL:PHR:2019:950.
Het verweerschrift tevens incidenteel verzoekschrift tot cassatie van [verweerder 5] is niet tijdig (uiterlijk op 31 oktober 2018) ingediend. [verweerder 5] heeft niet aangevoerd dat de termijnoverschrijding het gevolg is van niet aan hem toe te rekenen bijzondere omstandigheden. De enkele omstandigheid dat de schriftuur is ingediend binnen de verweertermijn die aan een of meer andere betrokkenen is toegestaan, is mijns inziens geen reden om hem alsnog ontvankelijk te achten. Nadat [verweerder 5] de hem gestelde termijn onbenut had gelaten, mochten de overige partijen in cassatie ervan uitgaan dat van de zijde van [verweerder 5] geen verweer meer zou volgens en nog minder een incidenteel cassatieberoep. [verweerder 5] dient niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn verweer, respectievelijk in zijn incidenteel cassatieberoep.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7da5d9d372104dd29d26c4ae4ecbf6c28a570f785ccc9767b44c89b48cb7c60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7da5d9d372104dd29d26c4ae4ecbf6c28a570f785ccc9767b44c89b48cb7c60, en de alinea staat in dat document op bytes 51774 tot 52628.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a7da5d9d372104dd29d26c4ae4ecbf6c28a570f785ccc9767b44c89b48cb7c60 | shasum -a 256