Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2019

Onder 5.13 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2019, ECLI:NL:PHR:2019:950.

Naar aanleiding van het onderdeel 1a van [verzoekster] geldt overigens nog het volgende. De in de artikelen 3:200a e.v. neergelegde regelgeving ter zake van de langdurig onverdeeld gebleven gemeenschappen heeft het karakter van sociale wetgeving. Op grond van art. 3:200a BW kan de rechter een onroerende zaak (of gedeelten daarvan) die deel uitmaakt van een langdurig onverdeeld gebleven gemeenschap (rechtstreeks) in eigendom toekennen aan de gebruikers. Het betreft een discretionaire bevoegdheid. Uit de (door het Hof geciteerde) wetsgeschiedenis van art. 3:200a BW volgt dat het weliswaar voor de hand ligt dat een individuele gebruiker dat deel van de grond krijgt dat hij in gebruik heeft, maar dat hij daarop geen wettelijk recht heeft. Uitgangspunt van de wettelijke regeling is, anders dan het onderdeel tot uitgangspunt neemt, het bereiken van een redelijk resultaat (voor alle gebruikers), waarbij aan de rechter welbewust veel speelruimte is toegekend. Daarbij geldt dat de werkelijke gebruikers van de grond voorrang krijgen ten opzichte van ‘gebruikers’ in de zin van art. 3:200b lid 3 BW. Het Hof heeft – vanwege de omstandigheid dat, gelet op het aantal personen dat redelijkerwijs in aanmerking komt als gebruiker te worden aangewezen, Rancho veel kavels heeft – de criteria van de art. 3:200a e.v. soepel toegepast en ook personen, zoals [verzoekster] , die op een of andere wijze een band hebben met Rancho zonder daadwerkelijk gebruik, als ‘gebruiker’ aangewezen. Daarbij achtte het Hof het klaarblijkelijk niet redelijk dat [verzoekster] meer kavels toegewezen zou krijgen dan twee (de kavels 85 en 86). In verband met (i) het uitgangspunt van de wettelijke regeling, het bereiken van een redelijk resultaat (voor alle gebruikers), (ii) het sociale karakter van de wettelijke regeling van de artikelen 3:200a e.v. (waarnaar het Hof expliciet verwijst) en (iii) de omstandigheid dat de desbetreffende kavels (ten opzichte van de andere kavels) groot zijn, getuigt dat oordeel niet van een onjuiste rechtsopvatting en is het ook voldoende gemotiveerd. Het sociale karakter van de wetgeving verzet zich ertegen (uitzonderingen daargelaten) dat meerdere kavels aan één gebruiker worden uitgegeven, zeker in een geval waarin – zoals hier – de desbetreffende kavels (braakliggende terreinen) door het Land worden ontwikkeld (met de bijbehorende kosten ) (waarvan alle gebruikers profiteren, maar uiteraard een persoon die meerdere kavels toegewezen krijgt, navenant meer), terwijl hier bovendien de kavels niet daadwerkelijk worden gebruikt. Dit geldt temeer waar het Hof, bij het aanwijzen van [verzoekster] als gebruiker (in de zin van art. 3:200b lid 3 BW), de daarvoor geldende criteria reeds met veel soepelheid heeft toegepast. In strikte zin is [verzoekster] immers niet een persoon voor wie geldt dat ten aanzien van haar aanwijzingen bestaan dat zij deelgenoot is en ook heeft zij geen band met de oorspronkelijke eigenaar (de criteria van art. 3:200b lid 3 BW); zij heeft slechts een band met een oorspronkelijke gebruiker (haar grootoom).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7da5d9d372104dd29d26c4ae4ecbf6c28a570f785ccc9767b44c89b48cb7c60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7da5d9d372104dd29d26c4ae4ecbf6c28a570f785ccc9767b44c89b48cb7c60, en de alinea staat in dat document op bytes 69240 tot 72825.