Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2019

Onder 5.18 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2019, ECLI:NL:PHR:2019:950.

Het onderdeel klaagt in essentie dat uit het karakter van sociale wetgeving en (de wetsgeschiedenis van) art. 3:200e BW niet volgt dat het Land zich bij de uitgifte van kavels in redelijkheid op het standpunt kan stellen dat in beginsel de gebruiker zelf ter plaatse moet gaan wonen. Voor gebruik van gronden is het niet noodzakelijk dat er sprake is van (zelf)bewoning, ook andere vormen van gebruik van gronden is mogelijk. Bovendien wijst het onderdeel op het uitgangspunt dat een verhuurder als gebruiker voorgaat voor een huurder (art. 3:200b lid 2 BW). Daaruit zou volgen dat een gebruiker niet zelf ter plaatse hoeft te wonen (een verhuurder woont niet zelf op de kavel), ook niet als het (nu nog) om een braakliggende kavel gaat. Gelet daarop zouden de bestreden overwegingen en beslissingen onjuist en/of (zonder nadere motivering) onbegrijpelijk zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7da5d9d372104dd29d26c4ae4ecbf6c28a570f785ccc9767b44c89b48cb7c60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7da5d9d372104dd29d26c4ae4ecbf6c28a570f785ccc9767b44c89b48cb7c60, en de alinea staat in dat document op bytes 77666 tot 78541.