Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2019

Onder 5.22 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2019, ECLI:NL:PHR:2019:950.

De omstandigheid dat art. 3:200b lid 2 BW bepaalt dat een verhuurder als gebruiker voorgaat voor een huurder, doet aan het vorenstaande niets af. Art. 3:200b lid 2 BW ziet op (de mogelijk tot) het aanwijzen van een verhuurder als gebruiker ter zake van reeds verhuurde grond. Dat een verhuurder (onder voorwaarden) als gebruiker kan worden aangewezen, betekent echter (anders dan het onderdeel suggereert) niet dat in alle gevallen, na ontwikkeling en uitgifte van de grond door het Land, een gebruik als verhuur toegestaan is. De mogelijkheid voor het Land om (na ontwikkeling) bij de uitgifte van kavels verhuur te beperken, volgt expliciet uit de wet (art. 3:200e lid 2 tweede volzin BW). In een dergelijk geval is verhuur van de kavels dus (tijdelijk) niet toegestaan. Dit ter voorkoming van speculatie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7da5d9d372104dd29d26c4ae4ecbf6c28a570f785ccc9767b44c89b48cb7c60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7da5d9d372104dd29d26c4ae4ecbf6c28a570f785ccc9767b44c89b48cb7c60, en de alinea staat in dat document op bytes 81112 tot 81933.