Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2019

Onder 5.40 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2019, ECLI:NL:PHR:2019:950.

Heel vaak zal de bezitter van de grond waarom het hier gaat zelf ook afstammeling zijn van de oorspronkelijke erflater, al kan hij zijn aandeel niet bewijzen. Overeenkomstig hetgeen hiervóór is opgemerkt, kan hij dus geen beroep op verkrijgende verjaring doen. Hier komt bij dat het vaak lastig is om te bepalen of iemand bezitter is in plaats van houder - de verkeersopvattingen zijn hier beslissend (artikel 3:108 BW) – en zo ja, hoe lang. Om aan elke onzekerheid een einde te maken en ter vermijding van moeilijkheden en gerechtelijke procedures bij de oplossing van de problematiek der onverdeelde boedels (eigenaren door verjaring zullen onwillig zijn mee te betalen aan de infrastructuur), wordt in het onderhavige vijfde lid de verjaring geheel uitgeschakeld voor bezitters die niet te goeder trouw zijn. De situatie van vóór 1 januari 2001 wordt daarmee hersteld.’

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7da5d9d372104dd29d26c4ae4ecbf6c28a570f785ccc9767b44c89b48cb7c60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7da5d9d372104dd29d26c4ae4ecbf6c28a570f785ccc9767b44c89b48cb7c60, en de alinea staat in dat document op bytes 103877 tot 104770.