Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2019
Onder 5.42 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2019, ECLI:NL:PHR:2019:950.
Vervolgens is de vraag wat als bezit kan gelden. Hiervoor gelden, zoals [verzoekster] c.s. op zichzelf terecht betogen, de gewone uitgangspunten van art. 3:108 e.v. BW. Dit betekent niet dat die uitgangspunten per se tot dezelfde uitkomsten leiden als buiten het geval van langdurig onverdeeld gebleven gemeenschappen. Wat als houden voor zichzelf (bezit) dan wel voor een ander (houderschap) geldt, is immers mede afhankelijk van de verkeersopvattingen (art. 3:108 BW), en die verkeersopvattingen kunnen voor langdurig verdeeld gebleven gemeenschappen anders zijn dan in andere gevallen. Ik doel niet op de eventuele opvatting volgens welke het met betrekking tot langdurig onverdeeld gebleven gemeenschappen onwenselijk is dat op verkrijgende verjaring een beroep kan worden gedaan. Die opvatting zou men eventueel kunnen lezen in de hiervoor aangehaalde Memorie van Toelichting. Een opvatting omtrent wat wenselijk is, die wat betreft de periode voorafgaand aan 1 april 2007 niet tot geldend recht is verheven, kan echter geen afbreuk doen aan de voordien verkregen rechten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7da5d9d372104dd29d26c4ae4ecbf6c28a570f785ccc9767b44c89b48cb7c60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7da5d9d372104dd29d26c4ae4ecbf6c28a570f785ccc9767b44c89b48cb7c60, en de alinea staat in dat document op bytes 105849 tot 106975.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a7da5d9d372104dd29d26c4ae4ecbf6c28a570f785ccc9767b44c89b48cb7c60 | shasum -a 256