Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2019

Onder 5.43 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2019, ECLI:NL:PHR:2019:950.

Ik begrijp het Hof als volgt. In een context waarin eigendomsverhoudingen in hoge mate onduidelijk zijn, waarin er vele deelgenoten zijn en daarnaast ook gebruikers zonder een erkend recht, hebben daden die in andere gevallen gemakkelijk als bezitsdaden kunnen gelden, die betekenis in het algemeen niet . Uiteraard hebben ook deze gebruikers zonder een erkend recht, respectievelijk de deelgenoten die tevens gebruiker zijn, de behoefte om hun gebruik van de grond te veraangenamen, en ook om een eigen domein te beschermen en zich privacy te verschaffen. Zij zullen dus veelal hekwerken hebben geplaatst, bouwwerken opgericht, tuinen aangelegd, enzovoort. Uit zulke handelingen kan naar verkeersopvattingen echter niet worden afgeleid, en zeker niet zonder meer, dat deze gebruikers ook pretendeerden eigenaar te zijn, dan wel rechthebbende van een beperkt recht op de onroerende zaak, zoals een erfpachtsrecht. In het juridisch vacuüm van langdurig onverdeeld gebleven gemeenschappen onderscheidt men zich met zulke handelingen in het algemeen immers niet van wat andere gebruikers en deelgenoten doen. In de regel is de betekenis van zulke handelingen integendeel enkel dat men het bedoelde vacuüm benut om te doen wat men met het oog op het eigen belang feitelijk gewenst acht, zonder verdergaande pretentie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7da5d9d372104dd29d26c4ae4ecbf6c28a570f785ccc9767b44c89b48cb7c60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7da5d9d372104dd29d26c4ae4ecbf6c28a570f785ccc9767b44c89b48cb7c60, en de alinea staat in dat document op bytes 107039 tot 108437.