Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2019

Onder 5.45 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2019, ECLI:NL:PHR:2019:950.

Het Hof heeft in het vervolg van zijn redenering gerefereerd aan het interversieverbod van art. 3:111 BW. Dat is geheel terecht. Indien moet worden aangenomen, mede in verband met de zojuist bedoelde bijzondere context, dat men begonnen is om te houden voor de boedel en dus niet voor zichzelf, is vervolgens een tegenspraak van het recht van die boedel nodig om alsnog het bezit te doen aanvangen. In verband met dezelfde context kan ook een zodanige tegenspraak niet spoedig worden aangenomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7da5d9d372104dd29d26c4ae4ecbf6c28a570f785ccc9767b44c89b48cb7c60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7da5d9d372104dd29d26c4ae4ecbf6c28a570f785ccc9767b44c89b48cb7c60, en de alinea staat in dat document op bytes 109851 tot 110394.