Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2019
Onder 5.46 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2019, ECLI:NL:PHR:2019:950.
Op het eerste gezicht verwonderde het mij dat volgens het hof ook het doen opmaken van meetbrieven niet op een pretentie van eigendom of een beperkt recht respectievelijk op een tegenspraak van het recht van de boedel duidt. De context van de door het Hof bedoelde meetbrieven blijkt echter anders te zijn dan ik dacht. Uit het beroepschrift van [verzoekster] 9 augustus 2012 en de daarbij gevoegde productie 4 volgt dat het kadaster in 1993 gebruikers benaderde om een bijdrage te leveren aan het opmeten van het terrein van Rancho. Het initiatief ging dus van het kadaster uit en had klaarblijkelijk de strekking om feitelijke gebruiksverhoudingen in kaart te brengen. Dat het kadaster daarbij gebruik maakte van een standaardformulier dat spreekt van ‘Zakelijk gerechtigde(n)’ en van ‘Rechtsverkrijger(s)’ en dat aan gebruikers zoals [verzoekster] voor deze opmeting kosten in rekening werden gebracht, maakt nog niet dat daaruit alsnog kan worden afgeleid dat deze gebruikers eigendom dan wel een zakelijk recht pretendeerden. Hier komt nog bij dat het enkele doen opmaken van een meetbrief niet (zonder meer) kenbaar is voor degenen tegen wie de verjaring loopt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7da5d9d372104dd29d26c4ae4ecbf6c28a570f785ccc9767b44c89b48cb7c60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7da5d9d372104dd29d26c4ae4ecbf6c28a570f785ccc9767b44c89b48cb7c60, en de alinea staat in dat document op bytes 110458 tot 111681.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a7da5d9d372104dd29d26c4ae4ecbf6c28a570f785ccc9767b44c89b48cb7c60 | shasum -a 256