Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2019

Onder 5.47 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2019, ECLI:NL:PHR:2019:950.

Het zal duidelijk zijn dat de rechtsopvatting waarvan het Hof is uitgegaan, mijns inziens niet onjuist is. Dit betekent niet dat ik bij die overwegingen geen bezwaren kan bedenken. In de eerste plaats is minder elegant dat het Hof het uitgangspunt waarvan het is uitgegaan, namelijk dat wie welbewust (een deel van) een langdurig onverdeelde boedel in gebruik neemt, in beginsel naar verkeersopvattingen (art. 3:108 BW) als houder voor de boedel geldt, in de onderhavige beschikkingen niet werkelijk heeft toegelicht, maar (vooral) heeft verwezen naar eerdere rechtspraak van het Hof. In de tweede plaats kan men in de summiere overwegingen van het Hof eventueel de suggestie lezen dat alle handelingen mogen worden weggestreept, afgezien van alleen inschrijving in de openbare registers.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7da5d9d372104dd29d26c4ae4ecbf6c28a570f785ccc9767b44c89b48cb7c60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7da5d9d372104dd29d26c4ae4ecbf6c28a570f785ccc9767b44c89b48cb7c60, en de alinea staat in dat document op bytes 111745 tot 112582.