Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2019
Onder 5.52 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2019, ECLI:NL:PHR:2019:950.
‘Voorts handhaven de bewoners/gebruikers/bezitters hun beroep op de verkrijgende verjaring van hun percelen. Zij doen wederom wijzen op HR 24 februari 2017 (ECLI:NL:HR:2017:309). Zij menen de eigendom van de door hen 'ingepikte' percelen grond door verjaring verkregen te hebben, ook al zijn zij als bezitters te kwader trouw aan te merken. Zij doen verwijzen naar de artikelen 3:105 lid 1 en 3:314 lid 2 BW. Hun bezit is altijd objectief kenbaar en ondubbelzinnig geweest. Zij hebben hun percelen veelal ook fysiek afgebakend en afgesloten voor derden conform meetbrieven, die zij van hun percelen lieten opmaken door het kadaster (…).’
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7da5d9d372104dd29d26c4ae4ecbf6c28a570f785ccc9767b44c89b48cb7c60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7da5d9d372104dd29d26c4ae4ecbf6c28a570f785ccc9767b44c89b48cb7c60, en de alinea staat in dat document op bytes 122358 tot 123015.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a7da5d9d372104dd29d26c4ae4ecbf6c28a570f785ccc9767b44c89b48cb7c60 | shasum -a 256