Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 2019

Onder 5.1 Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 2019, ECLI:NL:PHR:2019:951.

Namens de verdachte is op 14 februari 2018 beroep in cassatie ingesteld. De stukken van het geding zijn blijkens een daarop gezet stempel op 6 december 2018 bij de griffie van de Hoge Raad binnengekomen. Dit betekent dat de inzendtermijn van zes maanden met afgerond vier maanden is overschreden. Een voortvarende behandeling die de overschrijding van de inzendtermijn zou kunnen compenseren, behoort niet meer tot de mogelijkheden. Desondanks ben ik van oordeel dat de verdachte onvoldoende belang heeft bij deze klacht. Naast de klacht betreffende de redelijke termijn zijn namelijk slechts klachten voorgesteld die aan de toepassing van art. 80a RO niet in de weg staan. Uit bestendige rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat in die situatie een verrekening van de redelijke termijn achterwege blijft en dat het cassatieberoep op de voet van art. 80a RO nietontvankelijk verklaard kan worden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/52592376257414900081b5487a3d38df7065bc96b8b28f3abc69b3cb21a9181b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 52592376257414900081b5487a3d38df7065bc96b8b28f3abc69b3cb21a9181b, en de alinea staat in dat document op bytes 34471 tot 35442.