Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 2019
Onder 8.2 Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 2019, ECLI:NL:PHR:2019:951.
De achtergrond van deze vragen ligt in de bestendige cassatierechtspraak om in zaken waarin enkel geklaagd wordt dat als gevolg van het instellen van het cassatieberoep na de bestreden uitspraak de redelijke termijn in de zin van art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden, het cassatieberoep af te doen op de voet van art. 80a RO. Een dergelijke afdoening wordt ook gevolgd indien voor het overige slechts middelen zijn voorgesteld die aan de toepassing van art. 80a RO niet in de weg staan. De gedachte is dat de verdachte onvoldoende belang heeft bij een dergelijke klacht. Hij heeft er door het instellen, althans het niet-intrekken van het cassatieberoep tot op zekere hoogte zelf voor gekozen langer dan redelijk is onder de dreiging van een (verdere) strafvervolging te moeten leven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/52592376257414900081b5487a3d38df7065bc96b8b28f3abc69b3cb21a9181b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 52592376257414900081b5487a3d38df7065bc96b8b28f3abc69b3cb21a9181b, en de alinea staat in dat document op bytes 52383 tot 53248.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/52592376257414900081b5487a3d38df7065bc96b8b28f3abc69b3cb21a9181b | shasum -a 256