Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 2019
Onder 8.4 Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 2019, ECLI:NL:PHR:2019:951.
Het Hof gaat de voornoemde voorwaarden af en oordeelt dat niet gezegd kan worden dat de verdachte een ‘significant disadvantage’ had. Çelik had in cassatie namelijk niet verder geklaagd over het oordeel van het gerechtshof of enig voorafgaand onderdeel van de strafprocedure. Vervolgens wijst het Hof erop dat er gelet op al bestaande uitvoerige rechtspraak geen noodzaak bestaat om de reeds bestaande jurisprudentie over de redelijke termijn aan te vullen. Ten aanzien van het derde criterium, of de zaak ‘duly considered’ was, wordt opgemerkt dat de procureur-generaal is ingegaan op de klacht van de verdachte, terwijl hij ook op de conclusie kon reageren. Sprake is daarom van ‘due consideration’. In aanvulling hierop wordt overwogen dat deze voorwaarde niet hoeft te worden toegepast als de beweerde schending is veroorzaakt door de laatste van alle beschikbare nationale rechterlijke instanties. In de zaak Van der Putten tegen Nederland heeft het EHRM op vergelijkbare gronden het verzoekschrift niet-ontvankelijk verklaard.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/52592376257414900081b5487a3d38df7065bc96b8b28f3abc69b3cb21a9181b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 52592376257414900081b5487a3d38df7065bc96b8b28f3abc69b3cb21a9181b, en de alinea staat in dat document op bytes 56239 tot 57362.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/52592376257414900081b5487a3d38df7065bc96b8b28f3abc69b3cb21a9181b | shasum -a 256