Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 2019
Onder 8.5 Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 2019, ECLI:NL:PHR:2019:951.
Spronken heeft met verwijzing naar de Çelik-beslissing en de omstandigheid dat een overschrijding van de inzendtermijn gecompenseerd kan worden, geconcludeerd dat niet gezegd kan worden dat de verdachte voldoende belang heeft bij zijn klacht over de overschrijding van de redelijke termijn. Die lijn is in algemene zin onderschreven door Van Kempen en meer specifiek door Kooijmans. De laatstgenoemde annotator merkt ten aanzien van art. 13 EVRM op dat voor een succesvol beroep hierop onder meer sprake dient te zijn van een ‘arguable claim’. Daarvan is geen sprake ‘als de verdachte zelf (door het instellen van cassatieberoep) heeft aangestuurd op verlenging van de procedure zonder dat hij na kennisneming van de gedingstukken een in redelijkheid te verdedigen standpunt tegen de gewraakte uitspraak kan opwerpen’, aldus Kooijmans.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/52592376257414900081b5487a3d38df7065bc96b8b28f3abc69b3cb21a9181b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 52592376257414900081b5487a3d38df7065bc96b8b28f3abc69b3cb21a9181b, en de alinea staat in dat document op bytes 57445 tot 58367.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/52592376257414900081b5487a3d38df7065bc96b8b28f3abc69b3cb21a9181b | shasum -a 256