Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 2019
Onder 3.5 Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 2019, ECLI:NL:PHR:2019:951.
In cassatie wordt aangevoerd dat het onjuist dan wel onbegrijpelijk is dat het hof heeft overwogen dat de getuige [getuige 1] “bij de politie en ten overstaan van de raadsheercommissaris [heeft] verklaard dat hij een op een mes gelijkend voorwerp en stekende bewegingen zag, een knakkend geluid hoorde en meteen nadat de personen zich verwijderd hadden, precies op die plaats een gebroken mes aantrof”. Door de verdediging zou namelijk zijn aangevoerd dat deze getuige bij de raadsheer-commissaris heeft verklaard dat hij niet heeft gezien dat de verdachte een (op een) mes (gelijkend voorwerp) vast zou hebben gehad.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/52592376257414900081b5487a3d38df7065bc96b8b28f3abc69b3cb21a9181b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 52592376257414900081b5487a3d38df7065bc96b8b28f3abc69b3cb21a9181b, en de alinea staat in dat document op bytes 17221 tot 17857.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/52592376257414900081b5487a3d38df7065bc96b8b28f3abc69b3cb21a9181b | shasum -a 256