Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 2019
Onder 3.6 Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 2019, ECLI:NL:PHR:2019:951.
Uit de tot het bewijs gebezigde verklaring van [getuige 1] bij de raadsheer-commissaris volgt inderdaad niet dat de verdachte een dergelijk voorwerp vast zou hebben gehad. Tot consequenties hoeft dat in cassatie echter niet te leiden. Tegenover de politie heeft [getuige 1] immers verklaard dat de verdachte een op een mes gelijkend voorwerp in zijn handen had. Dit onderdeel van zijn verklaring is tot het bewijs gebruikt (bewijsmiddel 7). Daarnaast heeft deze getuige tegenover zowel de politie als de raadsheer-commissaris verklaard dat hij stekende bewegingen zag, een knakkend geluid hoorde en meteen nadat de personen zich verwijderd hadden, precies op die plaats een gebroken mes aantrof. Gelet hierop valt niet in te zien welk belang de verdachte heeft bij zijn klacht. Ook zonder de dubbele bevestiging blijft immers staan dat de verdachte, zo volgt uit de vaststellingen van het hof, een op een mes gelijkend voorwerp in zijn hand had voorafgaand aan het steekincident.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/52592376257414900081b5487a3d38df7065bc96b8b28f3abc69b3cb21a9181b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 52592376257414900081b5487a3d38df7065bc96b8b28f3abc69b3cb21a9181b, en de alinea staat in dat document op bytes 17941 tot 18934.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/52592376257414900081b5487a3d38df7065bc96b8b28f3abc69b3cb21a9181b | shasum -a 256