Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 september 2019

Onder 4.36 Parket bij de Hoge Raad 27 september 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 september 2019, ECLI:NL:PHR:2019:954.

De aanname van het hof onder (i) verwijst naar de volgende passage uit rov. 3.8: “ PMT heeft immers niet gesteld dat [Gepensioneerde] - afgezien van deze brief - de in artikel 83 lid 2 onder a PW bedoelde informatie van de werkgever [A] of van de overdragende pensioenuitvoerder NN heeft ontvangen. ” Met de aanname van het hof onder (ii) doelt de klacht op de volgende zin uit rov. 3.8: “ Evenmin heeft zij [PMT, A-G] aangevoerd dat zij destijds ervan is uitgegaan en redelijkerwijs ervan mocht uitgaan dat [Gepensioneerde] - de bedoelde informatie van zijn werkgever of van NN zou ontvangen. ” Deze overwegingen vinden hun grondslag in het partijdebat in eerste aanleg. PMT heeft zich op het standpunt gesteld dat door Gepensioneerde “ de verkeerde partij is gedagvaard ”. PMT meent dat de wettelijke verplichting ex art. 83 lid 2 onder a PW niet op haar rustte, maar op de voormalige werkgever [A] en/of de overdragende pensioenuitvoerder NN.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/42b2bdbe7284029e5c8284d232bb42dab133f4b4a3bbd40c34c63310ea8c2552. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 42b2bdbe7284029e5c8284d232bb42dab133f4b4a3bbd40c34c63310ea8c2552, en de alinea staat in dat document op bytes 126134 tot 127373.