Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 september 2019
Onder 3.31 Parket bij de Hoge Raad 27 september 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 september 2019, ECLI:NL:PHR:2019:962.
Na afwijzing van de vorderingen door het gerecht in eerste aanleg van Curaçao, stelde verzoeker in hoger beroep dat een ingebrekestelling niet nodig was, omdat is voldaan aan het bepaalde in art. 6:83 aanhef en onder a en c BW(C). Het hof oordeelde dat geen sprake is van een fatale termijn aangezien de door verzoeker gestelde afspraak dat het werk binnen vier maanden zou moeten worden afgerond omdat de verbouwing klaar moest zijn voordat het regen- en orkaanseizoen zou starten, de voor de toepassing van art. 6:83 aanhef en onder a BW benodigde bepaaldheid ontbeert (rechtsoverweging 2.5).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d230082ed99c89c94cca636fd6c28dace59679fa36e9bd85b80d8d61d3b56e16. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d230082ed99c89c94cca636fd6c28dace59679fa36e9bd85b80d8d61d3b56e16, en de alinea staat in dat document op bytes 62370 tot 63042.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d230082ed99c89c94cca636fd6c28dace59679fa36e9bd85b80d8d61d3b56e16 | shasum -a 256