Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 september 2019

Onder 3.8.3. Parket bij de Hoge Raad 6 september 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 september 2019, ECLI:NL:PHR:2019:979.

[eiser] verwijst naar een aantal omstandigheden, waaronder de omstandigheid dat [A] een landbouwbedrijf exploiteert, dat de paarden eigendom waren van [A] , dat [A] de grond in gebruik had en altijd de jaarlijkse vergoeding heeft voldaan en dat [A] ook altijd zorg heeft gedragen voor de verzorging van de paarden en het onderhoud van de in gebruik gegeven grond. Het hof merkt op dat dit allemaal omstandigheden zijn die er wellicht op kunnen duiden dat [eiser] de bedoeling heeft gehad om op te treden namens [A] , maar uit deze omstandigheden volgt niet dat [verweerder] bij het aangaan van de overeenkomst ook heeft moeten begrijpen dat [eiser] optrad als vertegenwoordiger van [A] . Het was immers ook zeer wel mogelijk dat [eiser] de ter beschikking komende grond op zijn beurt weer ter beschikking zou stellen aan [A] . Dat [eiser] vóór het aangaan van de overeenkomst over deze mogelijkheid met [verweerder] heeft gesproken is niet gesteld. Evenmin heeft [eiser] gesteld dat [verweerder] uit andere gedragingen of uitlatingen van [eiser] heeft moeten begrijpen dat hij optrad als vertegenwoordiger van [A] .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2cd3c7a201900afd9087aa92eb5680e4c213b4e70b679d3eb196041f7a4d6751. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2cd3c7a201900afd9087aa92eb5680e4c213b4e70b679d3eb196041f7a4d6751, en de alinea staat in dat document op bytes 13686 tot 14828.