Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 september 2019
Onder 3.6 Parket bij de Hoge Raad 6 september 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 september 2019, ECLI:NL:PHR:2019:979.
‘ [verweerder] stelt dat het gaat om welk gebruik partijen bij de totstandkoming van de overeenkomst voor ogen heeft gestaan. Dat is op zichzelf juist. Echter, uit de feitelijke werkwijze kan worden afgeleid welk gebruik partijen voor ogen heeft gestaan (Pk Hof Arnhem, 18 maart 2013, TvAR 2014, 5775, [.../...] ), zeker nu, zoals in dit geval, de schriftelijke overeenkomst pas achteraf is opgemaakt. Voorts geldt dat gedragingen van partijen na het sluiten van een overeenkomst van belang kunnen zijn voor een aan de overeenkomst te geven uitleg, zie Hoge Raad 12 oktober 2012 ECLI:NL:HR:2012:BX5572, rechtsoverweging 3.5 (…).’
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2cd3c7a201900afd9087aa92eb5680e4c213b4e70b679d3eb196041f7a4d6751. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2cd3c7a201900afd9087aa92eb5680e4c213b4e70b679d3eb196041f7a4d6751, en de alinea staat in dat document op bytes 18147 tot 18795.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2cd3c7a201900afd9087aa92eb5680e4c213b4e70b679d3eb196041f7a4d6751 | shasum -a 256