Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 september 2019
Onder 3.11.2. Parket bij de Hoge Raad 6 september 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 september 2019, ECLI:NL:PHR:2019:979.
Tot de regels met betrekking tot een pachtovereenkomst behoort artikel 7:317 BW, welke bepaling voorschrijft dat een pachtovereenkomst schriftelijk wordt aangegaan. Bij gebrek aan een schriftelijke vastlegging, kan de rechter op vordering van de meest gerede partij deze schriftelijk vastleggen. Het hof stelt vast dat de tussen partijen gemaakte afspraken in 2007/2008 niet op schrift zijn gesteld. Het hof ziet hierin een aanwijzing voor het feit dat partijen niet de bedoeling hebben gehad om een pachtovereenkomst aan te gaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2cd3c7a201900afd9087aa92eb5680e4c213b4e70b679d3eb196041f7a4d6751. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2cd3c7a201900afd9087aa92eb5680e4c213b4e70b679d3eb196041f7a4d6751, en de alinea staat in dat document op bytes 26185 tot 26728.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2cd3c7a201900afd9087aa92eb5680e4c213b4e70b679d3eb196041f7a4d6751 | shasum -a 256