Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 september 2019

Onder 3.15 Parket bij de Hoge Raad 6 september 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 september 2019, ECLI:NL:PHR:2019:979.

Eerst de klacht bedoeld onder 3.13 sub a. Ik moet bekennen niet goed te begrijpen wat het hof bedoelt met het onderscheid ‘tussen een pachtovereenkomst en een overeenkomst tot gebruik van bepaalde gronden’. Ook een pachtovereenkomst is immers een overeenkomst tot gebruik van bepaalde gronden (art. 7:311 BW). Mogelijk heeft het hof het onderscheid tussen pacht en huur willen aanduiden. Dat onderscheid draagt vooral een negatief karakter: wat pacht is, is geen huur (art. 7:201 BW). Hoe dan ook lijkt mij niet zonder meer begrijpelijk dat [eiser] op de enkele grond dat hij de kwaliteit directeur-grootaandeelhouder van een Belgische vennootschap bezit die een landbouwbedrijf uitoefent – dat is de enige redengeving die het arrest van het hof bevat – van de Nederlandse wettelijke regels omtrent pacht in relevante mate op de hoogte moet zijn geweest. De klacht wijst erop dat [eiser] heeft aangevoerd dat hij niet wist wat een overeenkomst van inscharing behelsde. In dit verband vermeld ik nog dat volgens gangbare handboeken op het terrein van het pachtrecht het onderscheid tussen pacht en inscharing (dat wil zeggen de ‘inscharing’ die niet alleen zo wordt genoemd, maar ook werkelijk iets anders is dan pacht) ook objectief niet steeds eenvoudig valt te maken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2cd3c7a201900afd9087aa92eb5680e4c213b4e70b679d3eb196041f7a4d6751. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2cd3c7a201900afd9087aa92eb5680e4c213b4e70b679d3eb196041f7a4d6751, en de alinea staat in dat document op bytes 29687 tot 31109.