Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 september 2019
Onder 3.27 Parket bij de Hoge Raad 6 september 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 september 2019, ECLI:NL:PHR:2019:979.
Deze klacht slaagt. Het hof veronderstelt in de aangevallen overweging dat [verweerder] aan [eiser] het gebruik van het weiland met een tegenprestatie heeft gegund en daarbij wist dat [eiser] op het weiland paarden liet grazen die in de vennootschap [A] bedrijfsmatig werden gefokt en gehouden. Volgens het hof kan dit niet tot de gevolgtrekking leiden dat [verweerder] het weiland aan [eiser] heeft verpacht, behalve wanneer (1) [eiser] aan [verweerder] duidelijk kenbaar zou hebben gemaakt wat [verweerder] volgens de veronderstelling van het hof al wist, en (2) [verweerder] hiermee vervolgens akkoord zou zijn gegaan. Dit komt erop neer dat pacht in een geval als dit uitsluitend door een uitdrukkelijke wilsverklaring tot stand kan komen. Aldus getuigt het oordeel van het hof inderdaad van een onjuiste rechtsopvatting. Ook in een geval als hier aan de orde geldt het uitgangspunt van art. 3:37 lid 1 BW en komt het aan op de redelijke verwachtingen van partijen over en weer, in het licht van wat voor hen kenbaar is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2cd3c7a201900afd9087aa92eb5680e4c213b4e70b679d3eb196041f7a4d6751. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2cd3c7a201900afd9087aa92eb5680e4c213b4e70b679d3eb196041f7a4d6751, en de alinea staat in dat document op bytes 41676 tot 42748.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2cd3c7a201900afd9087aa92eb5680e4c213b4e70b679d3eb196041f7a4d6751 | shasum -a 256